David is de winnaar van de prijsvraag van vorige week. Bij deze dus zijn column over de Nobelprijs voor Obama. Bedankt voor alle inzendingen!
David heeft ook een eigen blog genaamd Duncan Hills.
Ja, is die Nobelprijs voor Obama nou terecht of niet? Goeie vraag. Na
drie bakken koffie en een pilsje ben ik er nog niet uit. Na nog een
pilsje geef ik het op. Tussen wie ging de race? Wie is er afgevallen?
Wie heeft net niet genoeg vrede gebracht? Ofwel: waarom Obama? Waarom,
ik noem maar een zijstraat, ben ik niet gekozen?
Heeft Obama de
afgelopen maanden meer aan de vrede gedaan dan ik? Goed, ik heb me niet ingezet voor de ontmanteling van kernwapens, maar daar staat dan weer tegenover dat ik ook niet loop te verkondigen dat er meer soldaten naar Afganistan gestuurd moeten worden.Wél heb ik vorige maand in de kroeg nog een beginnende ruzie kunnen sussen, terwijl Obama niet veel verder komt dan het in de tuin indammen van een laffe journalistenfittie, onder het genot van een krat pils. “De prijs is bedoeld als aanmoediging” las ik in een of andere krant. Ook dan weer de vraag, waarom Obama wel, en ik niet? Wordt van de Amerikaanse president verwacht dat hij een aanmoediging nodig heeft om zijn werk goed te doen, en moet ik zelf het iniatief tonen om af en toe te voorkomen dat twee dronken torren hun gevoelens door middel van
barkrukken uitten? Mij een aanmoediging geven is net zo zinvol als Obama die aanmoediging geven. Zinvoller zelfs, want Obama wordt aangemoedigd te doen waarvoor hij wordt betaald, terwijl ik, met m’n part-time kantoorbaan, de bewuste kroeg met dertig piek minder verliet dan dat ik bij binnenkomst bij me had. Dat ik betaal om de lieve vrede te bewaren, is in mijn ogen meer een beloning waard dan iemand die gewoon zijn taak uitvoert.
Kortom, nee, Obama heeft de Nobelprijs helemaal niet verdiend. In
plaats daarvan had ík hem moeten krijgen. Niet als aanmoediging of
beloning, maar als aanmoediging én beloning.
