De verjaardag

Eugene Veenhof slurpte van zijn lauwe koffie. “Wat een middag!” dacht hij met een diepe zucht. “Ik heb hier om te beginnen al helemaal nooit heen willen komen. Omdat, volgens mijn moeder, ‘de nabestaanden dat alleen maar zullen waarderen’ moest ik mee. En wat krijg ik: lauwe koffie en zweterige vanille cake geserveerd met dit lelijke servies uit de jaren zeventig. Ik had verdomme thuis kunnen zitten World Of Warcraften.” Hij zuchtte nog eens overdreven heftig. “En wat was het een ongelooflijk saaie bedoening zeg, die begrafenis. Sjonge jonge, hadden ze er niet een of ander spektakel van kunnen maken of zoiets, met clowns en olifanten?”Eugene lachte bijna hardop. Hij was niet bepaald een jongen met ‘een hart voor de medemens’.

rk-begraafplaats_rond

Bron


Eugene’s overbuurman was overleden. Hersentumor. Twee dagen geleden was Eugene’s moeder, ondanks het plastic bordje dat aan de deurklink bungelde, waarop in rode letters ‘DO NOT DISTURB’ gedrukt stond, de slaapkamer van Eugene binnengekomen terwijl hij zat te gamen. Hij was woest geworden. Wat dacht ze wel niet, dat domme hert!? Zomaar een beetje binnen komen wandelen alsof zijn gamedomein een soort openbare relaxruimte was. Tussen de scheldwoorden en verwijten van haar puberale zoon door, had zijn moeder hem gevraagd of hij er iets voor voelde mee te gaan naar de begrafenis van de overbuurman. Eugene had het niet kunnen begrijpen; hoe kun je zoiets vragen aan een jongen als hij? Helaas voor hem was de vraag van zijn moeder eigenlijk een mededeling; hij moest gewoon mee, en daarmee uit.

Aldus zat hij twee dagen later naar zijn lauwe koffie te staren in de aula van de begraafplaats. ,De volgende keer weiger ik gewoon.’ besloot hij. Weer voelde hij de woede opkomen van het mee moeten gaan. En hij kende de overbuurman helemaal niet!. Hij zat chagrijnig voor zich uit te staren. Hij gaf niets om de dode huisvader, en nog minder om de nabestaanden, die nu in een rij bij de deur condoleances stonden te ontvangen van alle bezoekers. Eugene kende geen eerbied.

,Morgen ben ik jarig,’ dacht hij bij zichzelf, ‘en ik ga vanavond al zoveel drinken dat ik deze hele pestbende hier vergeet.’ Hij besloot eventjes een peuk te gaan roken. Buiten. Stiekem nam hij een andere uitgang dan die waar de rij zich bevond; stel je voor dat hij ook met die treurneuzen moest gaan praten! Hij had nog liever zelf in het graf gelegen.

Achter het kleine bakstenen pand stond hij gefrustreerd aan zijn nu al derde sigaret te lurken. Toen ging plotseling de grote buitendeur naast hem open. Er kwamen eerst twee heren in zwarte kostuums naar buiten. Het viel hem op dat zij slenterden. Na de heren volgden vier andere heren. Zij droegen een doodskist op hun schouders. Ook zij slenterden, en hij lette op het geluid van de voeten die over de grind sleepten. Hij schrok niet maar verborg zich toch een beetje in de klimop. Hij voelde aan dat hij beter niet gezien kon worden. Achter de vier heren met de doodskist volgde de overbuurvrouw en haar drie dochters. Weer het geritsel van de voeten over het grind. ,Mooi, dat betekent in ieder geval dat ik eindelijk naar huis kan.’ dacht Eugene opgelucht bij zichzelf. Hij gooide de filter op het grind en liep om de andere kant van het pand heen. Hij had zin om te gamen.

Enter your email address:

Delivered by FeedBurner

Die avond zat Eugene in de achtertuin bij zijn goede vriend Johan. Daar vond het feest voor Eugene’s twintigste verjaardag plaats. Al zijn klasgenoten en gamevrienden waren op het feest. Om twaalf uur zouden ze zingen.

De rest van de middag had hij geenszins nagedacht over de begrafenis. Het enige waar hij nog even over nagedacht had, in de auto op de terugweg, was het slenteren van die voeten over het grind. Eugene was geen jongen van de romantiek, laat staan zwarte romantiek, maar dat geluid van die trage voeten op het grind was hem bijgebleven. Het had iets met hem gedaan. Niet dat hij er zo over na kon denken; hij wist überhaupt niet dat zulke dingen iets kunnen doen met mensen.

Rond tien uur was het feest in volle gang. Ook Babette was er, en vooral daar was Eugene heel uitgelaten over. Zoals hij zich voorgenomen had, was hij die avond onnodig veel aan het drinken. Om indruk op Babette te maken vooral. Hij was de held van de avond en dat wilde hij alleen maar onderstrepen door te laten zien hoeveel alcohol hij nuttigen kon.

Babette kwam bij hem op schoot zitten. Ze zoende en ze frunnikte wat aan elkaar. Hij was ondertussen erg dronken geworden. Babette, wat een heel braaf meisje was, vond Eugene wel interessant zo, en hun geflirt van de afgelopen weken op school begon hier tot een climax te komen. Eugene was in extase. Hij was een man van de wereld aan het worden.

Tegen elf uur klampte de eerste paar dronken vrienden en vriendinnen hem vast om hem toe te schreeuwen dat straks het feest pas echt begon. Hij ging zich echter steeds slechter voelen. Eerst ontkende hij het gevoel van misselijkheid en de vreemde duizelingen die hem naar het hoofd stegen; daarna probeerde hij zichzelf nog wijs te maken dat het zo voorbij zou zijn, maar des te langer het nare gevoel aanhield, des te akeliger het werd en des te meer zorgen hij zich ging maken. Het zweet brak hem uit. Koud zweet. Was de alcohol echt zo verkeerd gevallen? Had hij iets verkeerds gegeten vandaag? Was het die lauwe koffie, of anders die vunzige cake misschien? Hij wist het niet, maar het gevoel werd almaar heviger. Het feest begon langzaam aan een soort surrealistisch smaakje te krijgen voor Eugene. Steeds waziger danste de beelden voor zijn ogen, steeds slechter drongen de stemmen en de muziek tot hem door. Hij ging in de tuin zitten op een klein wit stoeltje en hield zijn hoofd tussen zijn benen. Hij staarde naar de donkere grond. ,Dit gaat echt helemaal fout, godverdomme.’ fluisterde hij tegen zichzelf. Nu pas viel het hem op dat de totale oppervlakte van de tuin grotendeels met grind bezaaid was. Een schok stak hem door het hart als een dolk, direct gevolgd door een hete steek in zijn onderbuik. Hij wilde roepen naar iemand, maar kon geen geluid voortbrengen. Hij keek omhoog in paniek, waardoor een hevigere duizelingen dan ooit zijn hele lichaam deed tollen. Plotseling begon iedereen om hem heen te zingen. Hij zag al zijn vrienden met bewegende monden om hem heen staan. Vlug liet hij zijn zware hoofd weer zakken. Daar zag hij weer het grind. En nu, in een wilde angst, hoorde hij, alsof het van overal om hem heen kwam, het geritsel van slenterende voeten over grind. In een flits zag hij de vier mannen in het zwart met de grote doodskist voor zich. Zijn hart stond stil. Hij kon zijn hoofd niet meer optillen, hoe hard hij ook probeerde. Het slenteren kwam dichterbij. Grind ruiste in zijn oren. Dichter en dichterbij naderde de voetstappen. Hij wilde niet opkijken, hij kon niet opkijken, maar hij wist dat hij moest opkijken. Heel langzaam tilde hij zijn zware gonzende hoofd op, steeds hoger en hoger. De slenterende voetstappen waren nu vlakbij. Hij wilde schreeuwen. Zijn hoofd was niet meer tegen te houden; zijn kin steeg onherroepelijk naar boven, omdat hij moest aanschouwen wat er naar hem toe was komen slenteren over het grind, en wat nu recht voor hem stond. Er leek van bovenaf een vaag flikkerend licht over zijn gezicht te schijnen. Het zingen en het slenteren leken als een grote brei van geluid dat constant weerklonk weg te vagen in de dieptes van het duister.

Toen Eugene eindelijk zijn hoofd helemaal opgeheven had, en het licht nu vol in zijn ogen scheen, kwam de verschrikkelijke duizeling terug in zijn hele lichaam. Nu zag hij wat er naar hem toe was komen slenteren over het afschuwelijke grind; recht voor zijn neus stond Babette te glimlachen, met in haar handen een grote slagroomtaart met daarop twintig fel brandende kaarsjes. In een climax van helse angst en allesverzengende misselijkheid kotste Eugene alle kaarsjes in een enkele stortbui uit. Van schrik liet het meisje de taart vallen. Met betraande ogen van het braken zag Eugene daar op het grind tussen zijn voeten een mengeling van slagroomtaart en braaksel liggen. Er was niemand meer die zong. Het was een over twaalf.

Auteur: Ganzenveer

It's very calm over here, why not leave a comment?

Leave a Reply




Citaten

Polls

Stelling: Wiet moet gelegaliseerd worden!

Bekijk resultaten

Loading ... Loading ...

Aanraders

Auteursrecht

Gebroken Pennen is de maker van alle geschreven producten op deze website tenzij anders aangegeven. Om dit te verveelvoudigen en te plaatsen op andere websites of schriftelijke producten, is de toestemming nodig van de hoofdredacteur. Alle werken zijn auteursrechtelijk beschermd en het eigendom van Gebroken Pennen. Voor gebruik kunt u een verzoek indienen via de 'contact' pagina.