Onlangs liet het gratis nieuwsblad ‘de Pers’ weten er alles aan te zullen doen om niet te verdwijnen. Op dit moment zien ook grote dagbladen rode cijfers en niet alleen de crisis, maar ook de komst van internet lijkt deze situatie niet te verbeteren. Zelf ben ik ervan overtuigd dat het enigszins ook te maken heeft met de kwaliteit die geboden wordt door de dagbladen.
Journalisten staan tegenwoordig voor moeilijke keuzes als het gaat om de manier waarop zij informatie ontvangen, vergaren en verwerken. De één gaat nog zoals vroeger de wijde wereld in, interviewt belangrijke functionarissen of betrokkenen van gebeurtenissen en schrijft vervolgens zijn stuk, terwijl de ander al zijn informatie van achter zijn beeldscherm via websites ontvangt en soms zelfs letterlijk zinnen overneemt van het ANP.
Op zich is er niks mis mee als een journalist via internet aanvullende informatie opzoekt of zelfs een heel artikel schrijft aan de hand van internet. Maar wat wél een bedreiging voor de kwaliteit van deze digitale artikelen vormt, is de betrouwbaarheid van de verkregen bronnen en de mogelijkheid tot het opsporen van deze bronnen.
Op de websites van de Volkskrant is bijvoorbeeld niet altijd te zien wie de stukken geschreven heeft. Verder bestaat bijna 35% van de artikelen uit letterlijk overgenomen ANP berichten.
Misschien is het wat dat betreft ook onvermijdelijk dat de kranten uiteindelijk ‘het potloodje moeten leggen’. Toch zou dit jammer zijn voor onze toekomstige journalistieke talenten. Want dit zal uiteindelijk betekenen, ondanks hun hoop op een avontuurlijke en uitdagende baan, dat zij het grootste deel van de werkdag achter het beeldscherm moeten zitten.
